Dagboek6

Augustus 1992

De Paragnoste

Ik maak een afspraak met Mevr.Meyers, paragnoste. Ik wil dat ze iets verteld over hoe mijn relatie met mijn vader werkelijk was. Ze zegt: neem een foto mee van je vader en een cassettebandje. Ik zie haar woesdagochtend en savonds mijn psychiater. Komt me beter uit bedenk ik. vanwege de twijfels, de rationalisaties. Als het waar zou zijn, als mij gevoel klopt, dan zouden veel dingen veel verklaarbaarder zijn, dan het spoor van het geboortetrauma. Misschien verteld Meyers opeens een heel ander verhaal, wat haaks staat op het vorige. Misschien verteld ze me allen maar dat ik met mijn vader veel met mijn Tuco's heb gespeeld, dat ie veel van mij hield maar stomweg ruzie had met mijn moeder. Pech, einde verhaal. Wat ben ik toch stom gevoelig voor wat andere mensen vertellen. Het moment komt natuurlijk slecht uit, maar beter nu dan na de zomer.

Mevr.Meyers weer vriendelijk, kalm aanwezig. Heb je een bandje? , vraagt ze. Terwijl ik mijn stoel zoek, geef ik haar die en pak ook de foto. Zou ze me herkennen van de vorige keer? Het lijkt van niet. Ze is zelfs verbaasd als ik de hoop uitspreek dat het bandje het nu doet. Hoezo? Ze is direkt terzake. Het gaat mij om de relatie die ik met hem heb gehad. Hoe was die. Hij is in 57 vertrokken. Waarom. Ik heb al heel veel beelden, maar zoek bevestiging. Geboortedatum, stervensdatum. Ik geef haar een foto. Een foto uit Leiden, waar ik samen met hem opsta. Leek me geschikt. Waarom weet ik niet. De houding die ik erop in neem intrigeert me. Mijn lijf staat naar buiten, mijn heefd in zijn richting. Hij staat parmantig, licht wijdbeens, buik naar voren, gebrild, hand op mijn schouder. Geen noemenswaardige gelaatsuitdrukking. Zeg maar: een niets zeggende blik. Op die foto ben ik tien.

Zij concentreert zich op de foto, spreidt haar handen, zegt nadenkend: hoe is dat met je vader, toen in 57. Laten we ons eerst met hem bezig houden. Tja, hij ziet het niet meer zo zitten, die meneer en hij is erg in verwarring. Veel dingen waaraan hij was begonnen zijn mislukt, ze zitten hem teveel op zijn huid. Daar kan hij niet zo goed tegen. Hij heeft iets aan zijn linkerbeen, dat been sleept een beetje. Hij is gebiologeerd door de natuur. Wil alles weten over bloemetjes en bijtjes. Het is een natuurlijk verschijnsel bij kinderen. Jij hebt daar ook last van. Het pak schuurt en ruikt. Je vindt het wel fijn maar soms ook vies.

Je vader vond jou een erg mooi kind. Een erg mooi kind, zo mooi, dat hij niet alleen naar je wilde kijken, maar je ook aanraken. Daarin ging hij erg ver, tot in het extreme. Dat hij in 57 is vertrokken was zowel voor jou als voor hem een goed moment. Dat moest zo zijn. Dat was beter voor jou en beter voor hem. Die relatie moest verbroken worden. Hij kon daar niet mee doorgaan omdat hij wist dat hij al veel tever was gegaan. Dat deed hem veel verdriet want hij hield erg veel van jou en jij van hem. Ik voel ook bij jou erg veel verdriet en ook een beetje boosheid. Ik moet daar zelf van huilen. Maar het gaat niet om mij. Het zit erg diep bij jou en erg veel.

Waarom moest dat zo zijn. We gaan terug in de geschiedenis. Wat is tijd. Wacht ja, we zijn er. De tijd van de Phoeniciers. Wat is daar mee. Ik zie het: jij bent daar de vader en hij is jouw zoon. Julie staan hand in hand aan de kade, je wijst op de schepen en je zegt hem: dat alles is van jouw. Hij is mooi die zoon van jou. Dat kan ook niet anders want in die tijd werd alles wat niet volmaakt was, afgemaakt. Jij kwam bij hem terug als zijn. Omdat jij hem herkende en omdat hij je nodig had. Zo is het: je wilde hem helpen wan het ging niet goed met hem. Maar niet in alles. Je was ook streng tegen hem. Toen je drie was nam jeje moeder tegen hem in bescherming. Hij heeft veel van je geleerd en je wilde dat ook, maar niet dat het zo zou aflopen. En toch is het beter zo.


Onderwijl nuchter geworden, vraag ik haar of ze me heeft willen vertellen dat ik met mijn vader een sexuele relatie had. Ze zegt Ja. Dat heb ik je verteld. Ook anaal gebruikt?  Ja dat is wat ik bedoel met extreem. Het bandje heeft gedraaid. Waarom is iemand in NZ en iemand in Amsterdam er zo van overtuigd dat ik ben misbruikt? Ze bevestigd mijn beelden, ik weet ik dat het klopt.  Maar er is meer. In het verhaal lijkt mijn moeder toeschouwer, een toevallige voorbijgangster. Er is meer.