Dagboek5

Dagboek 5

De dagboek-teksten zijn geschreven in een periode tussen 1986 en 2001. Het zijn flarden wanhoop en uitgeschreven teksten. Het was mijn idee, mijn hoop, om uiteindelijk heldere lijnen te onderscheiden: om mijn geschiedenis te construeren, mijn verwarring en beelden te begrijpen, een samenhangend verhaal te zien. Het vage beeld in de spiegel te voorzien van heldere lijnen en contrasten.

Het publiceren van mijn verhalen zijn bedoeld om herkenning en erkenning te bieden  voor aldiegenen die worstelen met trauma's. Ik lees hun  verhalen zelf ook om van te leren, mij gesterkt te voelen. En vooral ook: "There is no greater agony than an untold story" Quote: Maya Angelou.

Augustus 1992

1 augustus 92


Mijn zus in NZ heeft haar ervaringen  met een paragnoste uitgewisseld. Dus na mijn  bezoek aan  mjn zus een half jaar geleden heb ik haar gevraagd om "contra-expertise" te doen bij een paragnoste in New Zealand aan de hand van mijn foto. Het heeft even geduurd maar ze stuurde me uiteindelijk twee cassettebandjes. De eerste was niet zo interessant maar de tweede recht voor de raap. Het laatste kwartier van het bandje handeld over mij. Mijn zus verteld dat ik bij een psychiater loop, al twee jaar. De paragnoste schrikt ervan. Heb ik wel een goeie psychiater? Er zit zoveel rommel tussen. Ze laat blijken dat als er niet snel een goeie wending komt het mij de komende vif jaar steeds slechter gaat. Ze vindt mij er aardig uitzien, bijdehandje, kortom zonde van die jongen. En dan vraagt ze of ik sexueel misbruikt ben. Dingdong, slaat de klok. Met een beetje fantasie zie ik mijn zus verbaasd kijken. Nee zegft ze, niet dat ik weet. Hij heeft in het weeshuis tussen jongens gezeten en op het seminarie en je wet hoe dat kan gaan tussen jongens. Hij schildert wel veel, vaak jongens, soms mooi, maar meestal heel somber, verdrietig ook. De vrouw knikt hoorbaar op he bandje, alsof ze overtuigd is, een volkomen herkenbaar probleemgeval. En dan: tja zegt ze, hij worsteld met zijn sexuele geaardheid, maar het is toch belangrijk dat hij een keuze maakt. Als hij homosexueel is moet en kan hij daar ook gerust voor uitkomen. Hij is ook met mannen naar bed geweest, zegt mijn zus bevestigend. De paragnoste vraagt zich af waarom ik eigenlijk in  Nederland woon. Dat land is veel te klein voor hem. Mijn zus verwonderd: omdat hij daar een vriendin heeft, twee zoons en zijn ex, zijn werk. In die volgorde geloof ik. Ze is niet overtuigd. Het is natuurlijk een zwaarwegend motief. De Paragnoste besluit het gesprek met de vraag of ik binnenkort naar  Nieuw Zeeland kom. Mijn zus bevestigd dat. In dat geval zegt ze moet ik haar nodig opzoeken, ze wil me zien en dat op een toon alsof het hier een onvermijdelijke gebeurtenis betreft, die ik niet kan ontwijken.


Bij de cassetebandjes stuurt mijn zus een boek mee van Mevr. Haye of zoiets met als titel:"jezelf genezen". Later zie ik dat boek ook liggen bij mijn nicht, die kunstschilderes is. Ook als ik dat boek ter sprake ben bij mijn psychiater Nico, is hem dat boek ook bekend, relativeert het, maar geeft uit eigen ervaring een voorbeeld van hoe het werkt. Het lijkt erop alsof ik in een wonderlijke wereld verzeilt ben geraakt waarbij gebeurtenissn met elkaar in verband staan, elkaar logischerwijze opvolgen en het weten of herkennen in een stroomversnelling raakt.

Ik laat het cassettebandje voor wat het is. Hoewel die opmerking over sexueel misbruik blijft hangen. Mijn moeder vertelde herhaaldelijk dat mijn vader zijn handen niet kon thuis houden, en later dat hij homosexueel was. Niets over mij, maar wel het verhaal bij de huisarts. Alleen het oordeel van mijn moeder heb ik. Die heeft er indertijd iets over gezegd.

Doordenken , beelden oproepen, wat is werkelijkheid en wat is fantasie? Vrijages met jongens in mijn fantasie, met mannen waarbij ikzelf nooit het initiatief neem.  Mannen die mijn lijf zoeken. Het zijn oudere mannen: tijdens de lift, in het kraakpand , in het Hotel, en steeds op een manier wat ik niet zocht. En hoe zit het met die periodes rond mijn 8e en 9e jaar: dat ik niet naar de wc kon, het jaar waarop mijn vader wegging. Het denkproces slaat tomeloos op hol: het huis, de kamer, de stoel, de grote leunstoel waarop hij zat, het grote bed van mijn ouders.

Mijn beelden van gebeutenissen zijn helder, alleen gefragmenteerd. Waarom waren er nooit vriendjes bij mij thuis, heeft mijn vader alleen van mij of ook van anderen afscheid genomen. Ik koop een boek over   "sexueel misbruik bij jongens" (Ron van Outshem). Nog nauwelijks iets over bekend. Topje van de ijsberg. En jawel, bij het hoofdstuk gedragsstoornissen een herkenbare variant: het B-type: de wereld willen verbeteren, het sociale werk ingaan,100% inzet, verantwoordelijk, ervoor zorgen dat anderen een ellendig lot bespaart blijft. En..herhalingsdrang. Bingo. En op latere leeftijd een crisis,  niet meer kunnen werken, omgang met mensen mijden, de kwestie zelf dringt zich op, de dwangmatige trend om als slachtoffer erkend te worden, de behoefte om te praten. Dat wordt trouwens sterk aangeraden, meteen praten over wat er gebeurde.


Toch, na al dat lezen, toch het nadrukkelijke gevoel: ik zit goed. Het klopt hat is waar, de beelden zijn helder, geen twijvel mogelijk. Doorzetten , de beelden repeterend oproepen. Concentreren op die tijd : 7,8 en 9 jaar. Kun je een jongen van acht anaal misbruiken? Voel ongeloof. En toch het bloed, de pijn, heldere beelden.. de zetpillen van de huisarts. Ik kan me misschien van alles voorstellen, maar dat het ook werkelijk zo zou zijn?  Als mijn moeder ging repeteren bij de toneelvereniging of voor zaken savonds wegmoest. Als ik mocht opblijven en de anderen naar bed moesten na het stoeien op het grote bed, paardje rijden in de kamer, na het voorlezen, het avondgebed, na Paulus de Boskabouter. Als ze weer teveel hadden gedronken, ruzie hadden gemaakt, moeder weg, vader alleen.. Kwaad aangeschoten opzoek naar iets wat troostend of ook fijn zou kunnen zijn, alleen voor wie?

DAGBOEK 6