Compensatie

Compensatieregeling : aanvraag


December 2020


Bijlage bij Aanvraag Peter van Velzen Compensatieregeling Slachtoffer jeugdzorg

 

Naam:                                Pieter Carolus Maria van Velzen
Geboren:                            21-02-1948 te Amsterdam
OTS                                     rond 1956 kinderrechter te Amsterdam : OTS tot 18 jaar.
Jeugdzorginstelling           Pro Juventute; Raad voor de Kinderbescherming

De reden voor de OTS was seksueel misbruik door mijn vader van mijn zusje en van mij. De huisarts greep in.

Verblijf in de Jeugdzorg


Mei 1956                           R.K. Jongensweeshuis 9 jaar (21 februari 48)
                                            Lauriergracht 105
                                            1016 RJ Amsterdam
                                            Congregatie Zusters van de Voorzienigheid



https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mivast=0&mizig=212&miadt=1212&miaet=14&micode=DOC-MON&minr=1023703&miview=ldt

http://tussentaalenbeeld.nl/A60d.htm#1

https://www.tussentaalenbeeld.nl/A60d4.htm

http://www.olvkerk.nl/Essers/2012_09/index.html

 

Geweld: psychisch geweld: negeren, vernedering, onveiligheid
-jeugdzorg nam me zonder uitleg in mijn padvinderskleding op een woensdagmiddag, ik was een jaar of acht, mee. Een zwijgende dame in het zwart die niets tegen me zei, nam me mee met de tram  lijn 3, naar het Jongensweeshuis van de Zusters van Voorzienigheid aan de Lauriersgracht. Daar moest ik mijn mooie nieuwe welpenkleding waar ik trots op was, uittrekken en kreeg ik oude grijze verwassen harde kleding aan. Ik heb mijn eigen kleding en mijn padvindersriem nooit meer teruggezien.
-ik werd gescheiden van mijn zusje en mijn kleine broertje: ik kwam bij de jongens, mijn zusje zat bij de meisjes en mijn kleine broertje bij de kleuters. We mochten geen contact hebben
-ik kreeg geen bezoek, mijn moeder was niet welkom
-er werd niet met mij gesproken, niets uitgelegd. De zusters hadden een hard regime.
-ik werd niet beschermd, het was onveilig. Ik was een teruggetrokken, zacht en gevoelig jongetje, niet opgewassen tegen het onveilige klimaat. Een mierenhoop op de binnenplaats. Nadat ik met een groot blok hout op mijn hoofd geslagen was, werd ik wekenlang opgenomen in de ziekenboeg. Nu op 72-jarige leeftijd heb ik nog die bult op mijn hoofd
-ik moest eten wat de pot schaft, als ik niet goed genoeg at naar de mening van de zusters, moest ik  als enige aan tafel blijven zitten met dat bord eten voor me tot ik het ophad volgens hen.
-ik plaste herhaaldelijk in mijn bed, door alle onverklaarbare gebeurtenissen en angstige emoties. Als de zusters het ontdekten moest ik ’s ochtends op de binnenplaats in een emmer koud water de natte lakens uitspoelen, de gevoelens van vernedering voel ik nu nog in herbelevingen.
-in plaats van een aangekondigd bezoek aan de Keukenhof  ontvoerde mijn moeder ons naar huis.
-we moesten ons wekenlang verstopt houden want mijn vader stond aan de overkant op de loer.
-nadat mijn moeder ons ontvoerd had, kwam de jeugdbescherming bijgestaan door de politie ons thuis aan het Sarphatipark, ophalen. Het werd een vechtpartij met mijn moeder, die we hoorden gillen. Wij gilden van angst, huilden, waren in pure paniek, zo bang. De bakker trok ons door het kelderraampje naar binnen de bakkerij in. Daar kwamen grote in het zwart geklede politieagenten ons ophalen. We gingen linea recta in de politie auto naar Leiden. Ik heb er nog nachtmerries van.  Ik sluit de deur twee keer, ga ’s nachts mijn bed uit om te controleren of niemand kan binnenkomen en me mee kan nemen.


November 1956               St Maartenshuis
                                             St. Jacobsgracht 1
                                             2311 PS Leiden
                                             Zusters dominicanessen


-ook hier werd ik gescheiden van mijn zus en mijn broertje, ik zat in de jongensgroep.
-ik zat bij zuster Engelmunde, die orde hield met haar pantoffel
-de zusters hadden geen pedagogische opleiding, gewoon de regels volgen was het devies
-ook hier moest ik mijn lakens en mijn ondergoed buiten op de binnenplaats uitwassen als ik in bed plaste en dat gebeurde veelvuldig. Mijn naam stond in mijn lakens geborduurd en deze werden in het bijzijn van alle kinderen omhoog gehouden met alle vieze gele strepen er in. De vernedering is me altijd bijgebleven en spookt in de nacht.
-verder was het in Leiden rustiger dan in de Elandsstraat/Lauriergracht. Minder kinderen in de groep, school buiten het weeshuis en ik mocht meedoen met de padvinderij, naar de bibliotheek en vissen in de gracht.
-als gevolg van alle ellende bleef ik zitten in de vijfde klas. In de zesde klas kreeg ik een lts-advies.
-zuster Caritas sprak bij de kinderrechter de woorden ‘Peter wil priester worden’ en zo ging ik, betaald door Justitie, naar de Oblaten in Valkenburg (L).

http://kindertehuis-sintmaarten.blogspot.com/2007/07/sint-maarten-in-leiden.html

https://www.bibliotheek.nl/catalogus/titel.183334493.html/inventaris-van-de-archieven-van-de-stichting-sint-maarten--r-k/

 

 

-1961-1969        Seminarie Collegium Carolinum Ravensbos
Ravensbos 1
6301 PR Valkenburg
Oblatae van Mariae Immaculatae - OMI


-op Ravensbos vond ik betrekkelijke rust. Ik was al op mijn hoede en vermeed biechtvaders die ik niet vertrouwde en die teveel toenadering zochten naar mijn oordeel.
-ik ben niet vernederd, noch mishandeld
-andere jongens hebben wel misbruik gemeld
-na 3 jaar intern onderwijs mocht ik naar de HBS-A in Heerlen om mijn diploma te halen
-ik werd actief in de toneelclub, schoolkrant en carnaval
-hier mocht mijn moeder wel op bezoek tijdens ouderdagen en ik mocht in de vakanties naar huis
-de brieven van mijnvader werden achtergehouden en dit kreeg ik pas als volwassene te horen, ik heb ze nooit gezien of kunnen lezen

 

Gevolgen

Na het Seminarie, heb ik 1 jaar Theologie gestudeerd aan de KTHU in Utrecht , waarna ik terugkeerde naar Amsterdam, ging kraken, part-time baantjes had, ben overgestapt naar de Sociale Academie de Horst waarin ik rond 1975 het diploma Kosmopolitiek Veldwerker heb behaald. Ik ben aan het werk gegaan bij de KWJ, daarna bij de Anne Frank Stichting, en heb tot mijn afkeuring (WAO) gewerkt bij het KGCA in Amsterdam, waar ik ondernemingsraden trainde. Ik was getrouwd, kreeg 1 zoon ben gescheiden en heb de liefde gevonden bij mijn huidige partner waarmee  ik dit jaar onze 40 jarig jubileum heb gevierd met het registreren van ons partnerschap. Ook wij hebben 1 zoon. Daarbij werden we pleegouder van 1 zoon die ook een jeugdzorgverleden met zich meedroeg. Het lijkt een succesverhaal. Maar toch…

Ik heb littekens, blessures die blijvend zijn en die ik een plaats geef, wat een dagelijkse klus is.
Op mijn veertigste liep ik vast, herbelevingen, uittredingen, huilbuien, mijn jeugdtrauma liet zich niet meer verdringen. Ik ben meerdere psychiaters bezocht, die de diagnose PTSS-C gaven, heb deelgenomen aan mannenverwerkingsweekends, ben in mijn dagboeken gaan schrijven, ben gaan schilderen. Ik bleek achteraf aan vaderskant uit een familie van verdienstelijke schilders te komen.
Op mijn vijftigste kreeg ik in Nieuw-Zeeland, bij mijn zus, een hartinfarct. Mijn grote vaten waren voor meer dan 90% dichtgeslibd. In Nederland kreeg ik 2 stents.
Werken lukte niet meer en ik belandde in de WAO tot mijn pensioen.


Bijlage: schoolrapport met het stempel van justitie: gezien !

Bijlage: fotoos van Sintmaartenshuis Leiden

Bijlage: Fotoos van Egelantiersgracht Amsterdam

Bijlage: Toestemming om in gesprek te gaan en info op te halen bij Pro Juventute. Letterlijk overgeschreven. Trimbos stelde voor om mij de voogdij over te dragen aan mijn vader, waarop zuster Caritas zegt dat ik nog geen controle heb over mijn sluitspieren.(!)



De Beslissing






De heer P.C.M. van Velzen 


Postbus 71 

2501 CB Den Haag 

T 070 (-)

F 070 (-)


www.schadefonds.nl 

info@schadefonds.nl 

Beslissingen\(-)

Ons kenmerk (-)

Behandelaar (-)

Telefoon (-)

Datum 26 maart 2021 

Bijlage(n) Geen 

Onderwerp Beslissing

 

Geachte heer Van Velzen, 

U diende op 9 januari 2021 een aanvraag in voor een uitkering op basis van de Tijdelijke regeling  financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg (hierna: Tijdelijke  regeling). In deze brief leest u onze reactie. 

U krijgt een uitkering. (-)

We vinden het aannemelijk dat u in de periode van mei 1956 tot en met december 1960 in  Amsterdam en Leiden slachtoffer was van bovenmatig geweld terwijl u onder  

verantwoordelijkheid van de overheid in instellingen verbleef. Voor het nemen van onze  beslissing bestudeerden we het dossier. 


De uitkering is een tegemoetkoming voor het onrecht en leed dat u is overkomen en voor  eventuele financiële schade die hierdoor is ontstaan. De uitkering is een uiting van  

maatschappelijke solidariteit en een blijk van erkenning van uw slachtofferschap. Deze wordt van  overheidswege verstrekt en zal mogelijk niet al uw schade dekken. Met de uitkering willen wij uw  geschade vertrouwen enigszins herstellen en u (financieel) vooruithelpen, zodat u uw blik weer op  de toekomst kunt richten. 

Hoe is de uitkering bepaald? 

De Commissie kent u een uitkering toe. De hoogte van deze uitkering is een vast  bedrag. 

U werd tijdens uw verblijf in R.K. Jongensweeshuis en Huize Sint Maarten slachtoffer van fysiek en  psychisch geweld. Medebewoners sloegen u veelvuldig in elkaar, waarbij niet werd ingegrepen  door de groepsleiding. De groepsleiding negeerde en vernederde u vaak, met name na het  bedplassen. Door het onveilige en kille leefklimaat in de instellingen voelde u zich constant  angstig en eenzaam. U werd gescheiden van uw zus en broertje en alle persoonlijke bezittingen  werden van u afgenomen. 

U gaf op dat u vervolgens van 1961 tot en met 1968 verbleef bij de Seminarie Collegium  Carolinum Ravensbos in Valkenburg. U maakte hier geen fysiek geweld mee, maar veilig voelde  het voor u niet. Er mocht niet gesproken worden over uw traumatische ervaringen in het  verleden. U leidde hier een teruggetrokken bestaan en was veel verdrietig. De stilte was  vernietigend en de gevolgen van het zwijgen waren groot.  

Door de gebeurtenissen liep u lichamelijk en psychisch letsel op. U had door een harde klap op  uw hoofd een hersenschudding en een hoofdwond, met een blijvend litteken. Op latere leeftijd  had u een hartinfarct en door de complexe PTSS belandde u in de WAO. Daarnaast hield u altijd  klachten van angst in de nacht, hartkloppingen en herbelevingen.  

Tot slot 

Uit uw aanvraag, de toegestuurde documenten en het telefonisch contact met u begrepen wij dat  u een zeer traumatische en onveilige jeugd moest doorstaan. Vanuit een gewelddadige  thuissituatie kwam u – na ingrijpen van jeugdzorg – niet terecht op een veilige plek. U werd  liefdeloos opgevangen. Wij begrijpen dat de gebeurtenissen een enorme impact hadden en nog  steeds hebben op uw dagelijks leven. U draagt de nare herinneringen aan uw verblijf in de  instellingen nog altijd met zich mee. Wij hopen met deze tegemoetkoming een stukje erkenning  te bieden voor hetgeen u overkwam. Misschien helpt dit u in uw verwerkingsproces. Wij wensen u  veel sterkte toe. 


Belt u ons dan gerust. Houd dan het kenmerk van uw aanvraag bij de hand. Dit staat bovenaan  deze brief. Wij zijn bereikbaar van maandag tot en met donderdag tussen 10:00 en 15:00 uur.  Ons telefoonnummer  (-)

Met vriendelijke groet,mens de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven, 

(-)

Jurist Behandel en Bezwaar.



Noot:

Ik werd gebeld naar aanleiding van de positieve beslissing. Ik reageerde zeer emotioneel omdat voor het eerst iemand geloofde in mijn verhaal, dat van mij en mijn partner. Argos heeft een aantal keren uitzendingen verzorgt over hervonden herinneringen waar door deskundigen grote vraagtekens bij werden gezet. Ik heb meerdere psychiaters gehad die het over het hier en nu wilde hebben en ik probeerde te vertellen dat ik  werd achtervolgd door beelden, lichamelijke spanning , hechtingsproblemen en een angsstoornis. Niet interessant: ik had zuurstofgebrek bij mijn geboorte of relatieproblemen. Mijn laatste psychiater heeft een rapport opgemaakt op verzoek van de bedrijfsarts. Hierin wordt verwezen naar CPSD.Daar zat niets tussen. Met terugwerkende kracht zijn mijn dagboeken, schriftjes , tekeningen en schilderijen en mijn beeldkracht overtuigend. En Astrid die met mij die jaren van worsteling heeft doorgemaakt, ben ik dankbaar. Omdat ze altijd in mij heeft geloofd we elkaar al die jaren hebben vastgehouden.