Dagboek3

Dagboek 3



Vergrotingen gemaakt van foto's uit 1966. Een oude camera, een nieuw gevoel. Bij elk foto probeer ik mijn gevoelens te herinneren : pure registratie of opwinding , zoals tegenwoordig? Over alle foto's heerst een waas van droefheid en afscheid. Maar ook ontegenzeggenlijk hunkering en verlangen, heimelijk op afstand om een intense eenzaamheid op te heffen.

De rode lijn caravaggio, passolini, sebastiaan: door de eeuwen heen: kruisiging, doorboord, gestenigd: vernietig mij, maar heb mij lief. Passieve hartstocht en doodsverlangen: het is een genadeloze kramp in mijn ziel.

In hoeveel foto's moet je zulks uitdrukken, in hoeveel schilderingen ,in hoeveel teksten dagboek, in hoeveel jaren en voor wie ?

Ik heb de oude negatieven opnieuw afgedrukt om aan te tonen dat ik als18 jarige toen op dezelfde manier keek als nu.

 

Een embryo in wording

gestikt in het vruchtwater

en toch doorgegroeid

op zoek naar een evenbeeld, een kern, een essentie

van al dat leeft en leven wil

onvermijdelijk een drama en dus schoonheid

godsgloeiende schoonheid in het drama.


Ik wou dat ik kon schilderen.Word wakker half drie in de nacht, kom terug in deze tijd

kom terug van weg en ver, van ver en verlangen, terug.

Hoe zou het zijn om een ander te zijn? En heb ik al die tijd niet zo geleefd?

Met de ogen van een ander? Met de adem, de harstocht, het orgasme van de ander?

En heb ik al die tijd niet zo geleefd alsof dat goed was, naar verwachting en behoort?

En ik, ver weg en niet geleefd, niet gegroeid, geen kind en niet volwassen, niet onschuldig noch gestorven? En huilen, diep van onderen, als in een golf verstikkend, en wie ben jij? Waar kom je vandaan, wie zijn je vader en je moeder, hoe was het vroeger?

 


Beschouwingen

1966


WAO

2002

Het was niet de bedoeling, maar het is er toch van gekomen. Na die eerste hartaanval in Nieuw Zeeland, het succesvolle dotteren en de angst voor herhaling, bleek ik niet meer in staat te zijn om mijn eigen come back te organiseren. Ik heb het wel geprobeerd voor vier maanden. Maar wat bleek: mijn creativiteit was weg, praten over nieuwe perspectieven, nieuwe mogelijkheden, oplossingsgericht denken, ik kreeg het niet meer voor elkaar. Ik vergat afspraken, vergat rekeningen te sturen , het kwam mij alles als buitengewoon oninteressant voor. Ik kon mij niet meer concentreren en tegelijkertijd nam de angst toe. Het was mij jarenlang gelukt om een werk-persoonlijkheid op te bouwen waarin ikzelf domweg kon geloven. Maar die werk-persoonlijkheid was er opeens niet meer. Een deel van mijn overlevingsstrategie was gebasseerd op mijn behoefte om nodig te zijn voor " de ander". Daar heb ik veel voor over gehad. Niets was te dol, alles was mogelijk. En nu ik gestruikeld ben, is de prijs te hoog. Wat eerst een overleving was, is opeens een bedreiging. De angst berust op het idee dat iedereen in mijn omgeving erachter komt dat mijn zijn een spel was en mijn niet zijn een verlangen.

Een diepe vermoeidheid glijdt over me heen. Ik zou alleen maar willen slapen. Alle energie om maatschappelijk aanvaardbaar te leven, in weerwil van het verlangen om er niet te hoeven zijn, levert uiteindelijk een ziek lijf op. Ik heb geen spijt van alle energie om maatschappelijk aanvaardbaar te leven want het heeft veel opgeleverd waar ik tot de dag van vandaag plezier aan beleef, dat is niet het probleem. Ik heb moeite om te accepteren dat ik mijn grens heb bereikt en nieuwe vormen moet zien te vinden.

In de tijd dat ik lotgenoten trof in de mannenweekends trof het me dat velen in de WAO zaten. Ik dacht toen: ik niet, ik maak het af. Mooi niet dus. Voor de tweede keer in mijn leven, haakt mijn lijf af. Houdt het voor gezien en laat mij met de brokken zitten. Oke, het is niet anders en ik moet toegeven , ik wil er nog wel een tijdje in rondhuizen.

Overigens: tot mijn stomme verbazing bleek de keuringsarts een verband te leggen tussen mijn ziekte en mijn verleden. Wat mij trof was het gevoel te worden geaccepteerd. Ik hoefde niet te vechten, te overtuigen. Ik heb altijd de neiging gehad om mijn problemen te verkleinen, te bagatelliseren, het een niet in verband te brengen met het andere. Ik mocht er zijn met mijn verhaal en niemand keek er van op.

Ben ik blij? Nee. Ik ben moe.

 

april 2002