Abraham

 

 

 

The temptation is too strong

One says that in the ancient days the heathen sacrificed their children to their gods.
One says that in Africa the blacks sacrificed their children to their gods.
The weak flesh softened the hearts of the Lords.
Children are not sacrificed nowadays, one says, certainly not in the civilized Western world.
In front of me, there is an image of a painting. The painter had no loving childhood. His body and soul were abused by adults.
The painting also tells us about the sacrifice of Isaac.
A little boy, naked, both hands tied down on his back, lies on a stone.
Abraham, the father, has a sharp knife in his right hand. His left hand, grasps from behind, from above, the head of the child. The hand covers the mouth, the nose and an eye. The other eye is a vague spot.
Abraham looks at us, breaks through the borders of the painting, as a mirror hold up to us. He will stab the boy to death. We, the watchers, watch.
Then, there was an angel of Yahweh, intervening. It is not necessary, he said, between men.
In our god-less time, heaven has faded away, there are no angels.
We, the watchers, have to intervene.
Beside the naked boy on the stone, there is another boy in a short nightshirt. The same boy.
He looks at us with blind eyes, his mouth cries out soundless.
In the ancient story, the angel says: do not lay violent hands on him, do not harm him.
In the New story everything is standing still, with restrained breath, waiting for whom?
A soundless cry comes from the boy in the nightshirt. The boy on the stone cannot speak. The father raises the sharp knife and watches. Nobody comes, no voice, no hand.
The father will kill the boy. Not for a better cause, now heaven is gone.
Why is the father killing the child?
Why do we hear nothing and is the image for ever frozen?

 

Bron: Meditations, Drs.Theo Salemink

 

"De verleiding is te groot"

 

Men zegt, dat vroeger de heidenen kinderen offerden aan hun goden. Men zegt dat in Afrika de zwarten hun kinderen offerden aan hun goden. Het zachte vlees maakt het gemoed van de hoge Heren meegaand. In onze dagen worden geen kinderen geofferd, zegt men, zeker niet in het beschaafde westen. We hebben ze lief, zegt men. Voor me ligt een foto van een schilderij. De schilder had geen liefdevolle jeugd, zijn lichaam en geest werden gebruikt door volwassenen. Het schilderij gaat ook over het offer van Izaak. Een kleine jongen, naakt, de handen op de rug gebonden ligt op een steen. Abraham, de vader, heeft een scherp mes in de rechterhand. Zijn linkerhand omvat van achteren, van boven, het hoofd van het kind. De hand voor de mond, de neus en het ene oog. Het andere oog is een vage vlek. Abraham kijkt ons aan, breekt door de grens van het schilderij, als in een spiegel ons voorgehouden. Hij zal de jongen doodsteken. Wij, de kijkers kijken toe. Toen was er een engel van Jahweh, die tussenbeide kwam. Het is niet nodig, zei hij, onder mensen. In onze god-loze tijd, de hemel is geweken, leven er geen engelen meer. Wij zelf moeten tussenbeide komen, de kijkers, die het zien gebeuren. Naast de naakte jongen op het offerblok staat nog een nog een jongen , in een kort nachtgewaad. Dezelfde jongen. Hij kijkt ons aan met blinde ogen, uit zijn mond komt geluidloos een roep. In het oude verhaal zegt de engel: sla de hand niet aan de jongen, doe hem geen kwaad. In het Nieuwe Verhaal staat alles stil, met ingehouden adem, wachten op wie ? Een geluidloze schreeuw komt uit open mond van de jongen in het nachthemd, de jongen op de steen kan niet spreken. De vader heft het scherpe mes en kijkt. Niemand komt, geen stem, geen hand. De vader zal de jongen doden. Niet voor een hoger doel, nu de hemel is verdwenen. Waarom doodt de vader het kind ? Waarom horen we niets en staat het beeld voor de eeuwigheid stil?

 

Bron: Meditaties, T.Salemink

 

 

SiteLock