Verhaal

Het Huis van mijn Ouders

 

Dagboek
Oktober 1992

Een kousenwinkel annex woning. Toonbank, kassa, rekken met kousendozen. Souterrain en reparatie afdeling om ladders in kousen te herstellen. Het domein van mijn moeder. Achter de reparatieafdeling in het souterrain: de kinderkamer: twee opklapbedden met ombouw voor mijn zus en mij, een ledikant voor mijn jongere broer. Op plafondhoogte twee raampjes met uitzicht op een binnenplaatsje en een groen houten schutting van de buren.


De deur van de slaapkamer heeft glas. Er hangt een gordijn voor. Je kunt naar binnen kijken als je wil. Naast de deur van de slaapkamer zit de deur van de kelder. Een lange smalle kelder met een speciale geur: een kelder geur. Een smalle tafel langs de muur is bedoeld om het gereedschap te dragen dat wordt gebruikt in de winkel voor de etalage. Rechts naast de deur het kolenhok, waar ook de lege kousendozen worden opgeslagen. Het is de donkerste hoek van het hele huis en ik kan het weten, want ik
zit er regelmatig.


De deur van de winkel heeft een aantal lagen verf waartussen het slot ligt ingeklemd. Door een rond knopje te verschuiven valt hij in het nachtslot en kan niemand met een sleutel van buiten binnen komen. Dat weet ik van mijn vader.
Een trapje naast de toonbank leidt naar de eerste verdieping: de gang. Er is een gangkast rechts en daarnaast de wc met de houten bril. Links de kapstok met de jassen en hoeden van mijn ouders. Onze jassen hangen beneden aan een kabouter kapstok van triplex.
Aan het eind van de gang: de keuken. Tafeltje met theeservies. Theelichtjes. Voor de deur van de keuken, de deur rechts naar de kamer. Een bedbank tegen de muur, twee ramen met vitrage en twee zware rode overgordijnen. De radiotafel met platenspeler staat rechts van de bank bij het raam. Twee gemakkelijke rookstoelen. De ene links bij het raam is van mijn vader Een druk asbak met een lange poot staat naast zijn stoel. Hij rookt gele pakjes Winston en steekt de sigaretten aan met zijn benzineaansteker. Ruikt lekker vind ik. De kolen kachel die in de winter altijd aan moet blijven. Dan de stoel van mijn moeder. Haar asbak staat op het salontafeltje. Ze rookt de rode pakjes Pal Mal zonder filters. Onder het tafeltje liggen de margrieten, de kranten en de donald ducks.

Vanaf haar stoel kijken we achterom naar de hun slaap- en onze eetkamer. Die geeft weer uitzicht op de winkel. Mijn ouders kunnen daar koffie drinken en tegelijkertijd de winkel in de gaten houden of elkaar.
Op heldere ochtenden valt de zon de woning binnen, oogt alles helder en zijn de geuren vermengd met koffie, haar- en nagellak, lippenstift en "4711" van mijn moeder. Het kussen van mijn moeder op het grote bed ruikt daar ook naar. Dat weet ik want ik lig er de laatste tijd regelmatig.
De eetkamer is tegelijkertijd de slaapkamer. Ze hebben een opklapbed met een bruine ombouw. Er staan boeken op en frutseltjes. Overdag hangen er gordijnen voor. Dunne bloemetjes gordijnen. Als het bed s'avonds naar beneden gaat , moeten eerst de gordijnen open, de voorpoten moeten worden uitgeklapt, de eettafel en de stoelen moeten verschoven en het bed kan gekanteld worden. Als het eenmaal staat ziet het er mooi opgemaakt uit. Mijn moeder ligt achter , mijn vader voor. Dat weet ik omdat als ik bij mijn vader slaap, ik door moet schuiven naar de muur. Het kussen daar ruikt naar mijn moeder. Het bed is zwaar en moeilijk op te maken. Er zit een opstaande bruine ijzeren rand omheen, met twee opstaande buisjes bij het hoofdeinde. Aan de voorkant houdt de rand op met een boogje. Kennelijk om het uitstappen te vergemakkelijken. Het bedde goed wordt bijeengehouden door drie zwarte elastieken. Ik wil ze altijd graag losmaken en laten schieten, maar het mag niet. Ik mag ook niet aan het behang pulken. Natuurlijk: bloemetjes behang met een eindeloos repeterend zelfde bloemetje. Er hang vitrage voor de ramen, die uitzien op de winkel en daarvoor weer die zware rode gordijnen.
De eettafel is een uitschuifbare tafel op een poot, die eindigt in een vierkant met schuin aflopende hoeken. Voor mijn gevoel een zware tafel en totaal onbruikbaar voor mijn autootjes. Ik kan ze op de laatste rand zetten, staan ze ook nog eens schuin of ze vallen er van af.
Er staat nog een kast. Een belangrijke kast, waar het geld wordt bewaard in een zwaar kistje, belangrijke papieren voor de winkel, rekeningen en nog belangrijker de drank: jenever, bessenjenever, citroen-jenever, port, enzovoort. Boven op de kast: weer foto's en kleedjes.Op de foto's zien we er keurig netjes uit. Mijn tantes zeggen dat we er altijd keurig netjes uitzien. Een voorbeeld voor de rest van de familie.

1992


 

 

Copyright: Pjotter.com/pvvelzen
SiteLock