Galerie

 

Biografie

De schilderijen zijn gemaakt in de periode 1986-1996

Daarna is het schilderen een hobby geworden, is er meer kleur en speelsheid in aangebracht. Plezier in het maken van beelden. Het laatste album.

De eerste twee albums bevatten de schilderijen in de verwerkingsperiode. Een zoektocht naar het ontstaan van de voortdurend terugkerende beelden die het zelfbeeld zo in verwarring brengen. Ze zijn in willekeurige volgorde gemaakt en pas veel later heb ik ze geduid en in periodes ingedeeld.

Sexueel misbruik vond plaats rond mijn 8e jaar en is vastgesteld door de huisarts omdat vader een geslachtsziekte had. Dat had verstrekkende gevolgen.
De kinderbescherming plaatste ons, kinderen, in een weeshuis. Mijn vader moest op last van de kinderrechter het huis uit. Mijn ouders gingen scheiden, de zaak werd verkocht.
Tot kort voor haar dood heeft mijn moeder met de haat voor mijn vader geleefd en was het verleden onbespreekbaar.

Op de uithuisplaatsing in het weeshuis volgden twee ontvoeringen door moeder in het gevecht om de voogdij over ons, kinderen. Beide ontvoeringen eindigden door ingrijpen van de politie. Door de kinderbescherming werden we in eerste instantie teruggebracht naar het weeshuis in Amsterdam en de tweede keer naar een kindertehuis in Leiden waar ik tot mijn 13e verbleef.
Wij kinderen werden van elkaar gescheiden en  in afzonderlijke groepen geplaatst. Zowel het weeshuis in Amsterdam, de ontvoeringen, als het kindertehuis in Leiden heb ik als een onbegrijpelijke, chaotische en onveilige situatie beleefd. Er werd niet met mij gesproken.

Omdat ik priester(!) wilde worden, kon ik op mijn 13e jaar met instemming van de kinderrechter naar het Klein Seminarie Ravensbos in Valkenburg. Ravensbos gaf structuur en veiligheid. Was ik al een wijs geworden kind, dus  mij is daar niets overkomen. In alle rust kon ik mijn capaciteiten en talenten ontwikkelen. Werd lid van de toneelclub, de harmonie, de schoolkrant en vierde carnaval. Ravensbos heeft mij veel goeds gebracht, de sfeer bood mij mogelijkheden tot persoonlijke groei, ik pluk er nog steeds de vruchten van.
Alleen de stilte die was ingezet, werd voortgezet in deze belangrijke jeugdfase. Ravensbos was een vooropleiding, gericht op de roeping tot priester. Er was geen ruimte en geen deskundigheid voor traumaverwerking. Docenten, biechtvaders en wie dan ook, waren niet op de hoogte van mijn achtergrond als kind van 'gescheiden ouders'. Zelf moest ik de wervingspater beloven het nergens over te hebben en daar hield ik me met gemak aan.

Na het seminarie volgde de terugkeer naar Amsterdam, een  chaotische periode als jong volwassene waarin ik veel experimenteerde om de innerlijke chaos een kleur of betekenis te geven. Als volwassenene kwam er een sterke drang om een normaal leven te leiden. Het wegdrukken van de innerlijke chaos leverde uiteindelijk een burn-out op en de noodzaak om aan verwerking te beginnen. Inmiddels een veertiger, kon ik er niet meer omheen. Ik moest door de pijn en het afgrijselijke donkere gat in mijn ziel. Die zoektocht leverde de schilderijen op.
Ze beelden de verwarring uit, maar uiteindelijk leverde het de gesprekken op, met mijn geliefden, met lotgenoten, omtrent de betekenis en zo ontstond er ruimte voor emoties.

Kortom, de stilte is doorbroken en ik kon doorgaan waar het positieve zelfbeeld was blijven steken. Ik reken op een mooie oude dag.

Album 1 verwerking : schilderijen over de periode tot 13 jaar; het gezin en de weeshuizen met het misbruik, de onveiligheid en de chaos
Album 2 verwerking: schilderijen over de periode 13 tot 19 jaar; Ravensbos met de stilte, de verwarring, het dubbelleven, verstarring
Album 3 herstel: schilderen voor het plezier, werken met verschillende materialen

Album 4 fotoalbum jaren vijftig en zestig: Bronnen: PvVelzen,GemeenteArchief Amsterdam, Google-afbeeldingen.

                                                                          Gallerie

SiteLock